Opgepompte kipfilet, wilde zalm uit de kwekerij, versneden rijst: er wordt teveel met levensmiddelen gesjoemeld, waarschuwen wetenschappers en inmiddels ook voedselautoriteiten. Zeker wanneer er een goedkoop alternatief is voor een duur product, is de kans groot dat er ergens in de aanvoerketen gesmokkeld wordt. Niet alleen door duistere handelaartjes; ook bekende merkleveranciers en grote supermarkten verkopen vervalste voeding. Vraag is echter: wie doet er wat aan?
Al die nieuwe biologische producten in de winkel: zijn die wel echt biologisch? Bevat kostbare koffie, dure chocolade, rijst en marmelade wel de ingrediënten die op de verpakking gesuggereerd worden? Welke bewerkingen heeft ons vlees en kaas ondergaan? Komt die Schotse whisky wel uit Schotland en zijn onze mosselen echt Zeeuws? De ervaring van de Food Standards Agency in Engeland is dat met tien procent van alle levensmiddelen geknoeid wordt. Geprojecteerd op de totale omzet aan voeding in het Verenigd Koninkrijk betekent dit percentage dat bijna tien miljard aan consumentenbestedingen gebaseerd is op misleiding. In Engeland worden daarom nu speciale voedingsrechercheurs aangesteld en fraudulerende leveranciers voor de rechter gesleept. Tot op heden zijn alleen kleine producenten beboet, maar ook bekende merkleveranciers en grote supermarkten worden meegezogen in deze Food Fraud. Niet alleen in Engeland, want vervalste voeding is een wereldwijd probleem. De FSA bepleit daarom een Europese jacht op fraudeurs.
In 2006 moesten twee Britse rijstimporteurs voor de rechter verschijnen. Surya Rice Limited en de firma Basmati Rice werden elk veroordeeld tot een boete van circa 2500 pond omdat bewezen was dat ze hun basmati-rijst versneden hadden met inferieure varianten. Basmati is een aromatische rijstsoort die uit India en Pakistan geïmporteerd wordt. Omdat deze rijst voor een hogere prijs verkocht wordt, kunnen sommige leveranciers de verleiding niet weerstaan het volume op te peppen met minder dure rijstsoorten. Tot voor kort was een aandeel van twintig procent toegestaan (er staan soms andere plantjes op de rijstvelden en in de hele aanvoerketen is een beetje vermenging moeilijk te vermijden), maar inmiddels is dat percentage verlaagd naar zeven. De rijstindustrie was namelijk wel erg ruimhartig in zijn tolerantie, dus eiste de overheid een strakker beleid.
Daar was ook alle reden toe. In 2003 zijn op verzoek van de Food Standards Agency door een laboratorium in India 363 samples basmati-rijst getest, en daaruit bleek dat bijna de helft (46%) niet puur was. Eén op de zes verpakkingen bevatte meer dan twintig procent andere soorten (de oude tolerantie) terwijl elke tiende aankoop voor meer dan zestig procent versneden was. Het betrof niet alleen lokale leveranciers, maar ook bekende wereldmerken en supermarkten bleken onzuivere rijst te verkopen. Uncle Ben's van Pedigree Masterfood (Mars) was voor tien tot twintig procent versneden terwijl Sharwood's van Premier Foods voor meer dan zestig procent uit andere varianten bleek te bestaan - om maar twee merken te noemen die ook in Nederland op het schap staan. Verder bleek ook basmati-rijst onder huismerk van Aldi, Lidl, Tesco, Makro, Morrison's, Somerfield, Londis en Co-op onzuiver. Dat de rijstmengers niet alleen in Engeland actief waren, werd vorig jaar duidelijk door een vergelijkbare steekproef in opdracht van Ricesearch, een onderzoeksinstelling die gefinancierd wordt door marktleider Tilda. Slechts een zesde van alle verpakkingen in de Verenigde Staten bevat pure basmati-rijst. Circa een derde van alle basmati-rijst in Noord-Amerika voldoet niet aan de normen (die een beetje vermenging toestaan). Elke vijfde verpakking bevat meer dan een kwart andere rijstsoorten.
Verantwoordelijk voor de eerste rijsttest van de Britse FSA was Mark Woolfe. Aanvankelijk wilde hij de rijst laten testen op geur, maar onderzoek met behulp van DNA bleek effectiever. Er zijn inmiddels totaal nieuwe onderzoeksmethoden ontwikkeld om vast te stellen of mineraalwaters authentiek zijn, of koffie versneden is en of biologisch wel zo biologisch is. "Als we steekproeven doen, is het fraude-percentage doorgaans een procent of tien," zo stelde Woolfe anderhalf jaar geleden in het blad New Scientist. "Er gaat in de Britse levensmiddelenmarkt ruim zeventig miljard pond om (negentig miljard euro - red), dus een klein percentage vertegenwoordigt nog steeds een enorme waarde."
Dat ervaringscijfer kwam dit voorjaar opnieuw naar boven tijdens een seminar waar de FSA voorbeelden gaf van onderzochte productgroepen. De bevindingen van de food detectives waren prompt aanleiding voor een alarmerend persbericht van de Britse consumentenbond Which? die plomp stelde dat met tien procent van alle levensmiddelen geknoeid wordt. Which? wees met zijn vinger vooral naar premium-producten; al die levensmiddelen waar de consument extra voor wil betalen omdat ze een betere kwaliteit beloven. Biologische producten, authentieke artikelen en verse levensmiddelen zijn lang niet altijd wat de verpakking suggereert. De Britse tabloïds namen het nieuws (dat eigenlijk helemaal niet nieuw was) massaal over in grote sensatieberichten, en daarna werd het weer stil. Geen reactie van de grote supermarkten, geen geruststelling van de grote merkleveranciers, geen sussende geluiden van de branche-organisaties.
Tien procent of niet: het probleem is groot genoeg om zowel door retailers als merkleveranciers serieus genomen te worden. Zoals uit het basmati-onderzoek blijkt, beperkt voedselvervalsing zich niet tot een paar kleine naamloze handelaars en winkeliers. Ook grote retailers en bekende merken zijn gewild en ongewild betrokken bij geknoei in hun aanvoerketen. Zij kunnen zich echter niet verschuilen achter flexibele branchenormen (tien procent afwijking is toegestaan), want de waarde van bekende merken is gebaseerd op consumentenvertrouwen. Douwe Egberts kan alleen zuivere koffie verkopen, en Albert Heijn kan zich geen geknoei met zijn kipfilet permiteren.
Of toch wel? Kipfilet is al jaren een probleemgeval. Tot voor kort was alle aandacht gericht op food safety, maar afgelopen jaar heeft de Consumentenbond ook eens onderzoek laten doen naar de samenstelling van kipfilet. In het buitenland is dat al eerder gedaan. Een paar jaar geleden waarschuwden de Britse autoriteiten voor 'plastic chicken' bij restaurants en cateringbedrijven. Tien procent (weer dat percentage) van alle onderzochte samples zou opgepompt zijn met water, soms met meer dan vijftig procent. Bij dat oppompen wordt separatorvlees (varken, rund of kip) toegevoegd en soms een mengsel met zeewier.
Alle verdachte samples waren afkomstig uit België en Nederland. De leveranciers werden in gelegenheid gesteld een verklaring af te geven. De Kippenhof uit Ermelo schrijft dat ze zelf ook al vraagtekens hadden geplaatst bij de kwaliteit van een partij aangeleverde kipfilet die waarschijnlijk geïnjecteerd is. "We moeten toegeven dat een kwaliteit van 55% erg slecht is. Maar we hebben de relatie met deze toeleverancier inmiddels beeindigd." Superkip in Rosmalen (gespecialiseerd in geïnjecteerde kipfilet) stelt dat ze zich aan alle normen houden, maar dat een partij aangeleverd vlees inderdaad niet aan alle eisen voldeed. Ook Gebr van der Ven uit Lierop schuift de schuld af op een toeleverancier. En de firma F. Slechtenhorst uit Zevenhuizen stelt dat de methode van het Britse onderzoek niet wetenschappelijk is.
Dat is precies de kritiek die de Consumentenbond dit voorjaar kreeg op een onderzoek waaruit bleek dat veel kipfilet opgepompt is met water en eiwitten van onbekende afkomst. Eén op de drie kipfilets in de supermarkt zou vreemd materiaal bevatten; tien procent (weer) van het totale volume. Vleeschmeesters scoort drie op drie, Albert Heijn haalt twee op drie. De brancheorganisatie voor pluimveeslachters Nepluvi en de Productschappen Vee, Vlees en Eieren dreigden prompt met een gang naar de rechter omdat het onderzoek ondeugdelijk zou zijn. En zelfs het Centraal Bureau Levensmiddelenhandel mopperde. Maar niemand maakte het dreigement met de rechter waar. Dat is ook wel begrijpelijk, want uit onderzoek van de Voedingswarenautoriteit in 2005 bleek dat zes van de tien kipverwerkende bedrijven misleidende informatie verstrekten over de bewerking van hun kipfilets. De kwestie ligt nu op aandringen van de minister opnieuw bij de VWA. Die had echter vorig jaar al aangekondigd strenger op te treden tegen gesjoemel met kip, naar aanleiding van klachten uit Engeland.
Lees ook Deel 2
===
Drank-detectives
In 1999 verwisselde een slordige acht procent van alle bartenders bekende merken zoals Bacardi, Smirnoff en Gordon's voor goedkopere varianten. Sindsdien voorzien de grote merkleveranciers verenigd in de International Federation of Spirit Producers hun drank echter van een toevoeging die herkend kan worden met een zogenaamde dipstick. Horecabedrijven die bij controle betrapt worden op drankvervalsing worden nu voor de rechter gedaagd. De inzet van deze drank-detectives heeft het aantal smokkelaars verlaagd naar circa twee procent, zo bleek uit de meest recente steekproef in 2006.
Wijnwachters
Onderzoekers van de Amerikaanse DFA stelden in de jaren tachtig vast dat er meer Zinfandel en Chardonnay verkocht werd dan er aan druiven beschikbaar was. Ze volgden de oogstpapieren en ontdekten dat bekende wijnhuizen hun voorraad druiven aanvulden bij leveranciers die het niet zo nauw namen met de authenticiteit. Anheuser-Busch was het slachtoffer van zo'n handelaar, die een schadevergoeding betaalde van bijna 1,1 miljoen dollar. Ook in Europa komt wijnfraude regelmatig voor. Het Franse anti-fraude bureau DGCCRF heeft 45 agenten in dienst die niets anders doen dan nagaan of wijn voldoet aan zijn appellation d'origine controlee. Uit een grootschalig onderzoek in 1998 bleek dat van dertigduizend wijnhuizen maar liefst tien procent knoeide met zijn wijnen. Dat resulteerde in een slordige 650 rechtszaken waarin de betrokkenen boetes of zelfs gevangenisstraffen opgelegd werden. Een spraakmakende case was de rechtszaak tegen Georges Duboeuf die twee jaar geleden veroordeeld werd voor het versnijden van 200.000 flessen Beaujoulais. Het wijnhuis moest een boete betalen van tienduizenden euro's. Een andere zaak betrof vele tienduizenden flessen Rioja die verkocht werden op de veerboten van P&O waar bewust verkeerde etiketten op flessen goedkope Spaanse landwijn waren geplakt. En vorig jaar werden in Duitsland tienduizenden flessen vervalste Italiaanse wijn uit de supermarkt gehaald.
Smoesvis
Kweekvis is goedkoper dan wilde vis. Het prijsverschil kan oplopen tot circa 800%. Dat maakt het verleidelijk om kweekvis als de wilde variant te verkopen. Tussen 2005 en 2007 onderzocht de Food Standards Agency 128 vis-samples in Engeland om tot de conclusie te komen dat tien tot vijftien procent van alle vissen onder valse voorwendselen verkocht werd. Het probleem bleek zich vooral voor te doen op vismarkten en bij kleine zelfstandigen, terwijl de grote supermarkten en visketens overwegend de correcte labels hanteerden. De media-aandacht richtte zich echter vooral op Harrods, ASDA en Sainsbury's, die door de FSA 'betrapt' werden. Geen moedwillige fraude, meldden de betrokken retailers. Gewoon een geval van human error. Het bureau van de verenigde fishmongers had een ander excuus: de groothandel geeft doorgaans niet duidelijk aan waar vis vandaan komt. Maar de betrokken autoriteiten accepteren geen smoezen. De controles worden voortgezet en overtreders zullen in de toekomst vervolgd worden.
Maagdelijke olie?
Extra-virgin olijfolie is lang niet altijd zo maagdelijk als gesuggereerd wordt. In 1995 stelde de Amerikaanse voedingsautoriteiten vast dat maar liefst 96% van alle flessen olijfolie een onzuivere inhoud hadden. In Italië was dat percentage zestig procent. Zelfs grote merkleveranciers zoals Sasso, Cirio en Bertolli bleken eind jaren negentig betrokken bij een fraude waarbij olijfolie vermengd werd met goedkope hazelnootolie uit Turkije. De grote merken slaagden er echter in jarenlange rechtszaken de schuld af te schuiven op hun toeleverancier, de firma Riolio uit Barletta.